13 november 2009

No More RINO's Please!

Overal in de Verenigde Staten krijgen centrumgerichte Republikeinse politici tegenkanting van meer extreme conservatieve kandidaten. Zelfs zittend gouverneur van Florida, Charlie Crist, is nog niet zeker van zijn plaats op het GOP-ticket voor de senaat. Hij moet het in de partijprimaries eerst nog opnemen tegen een veel meer uitgesproken conservatieve kandidaat, Marco Rubio, die op de steun van Jeb Bush kan rekenen en in de peilingen Crist aan het bedreigen is.

Stilaan heeft deze "anti-RINO" beweging al in enkele Amerikaanse staat wortel geschoten. Zeker na het eerste succes van deze beweging enkele weken geleden in New York waar ze de onafhankelijke ultra-conservatief Doug Hoffman met succes naar voren schoven tegen de gematigde partijkandidaat. Rand Paul, de zoon van libertarisch boegbeeld en stichter van de "Campaign for Liberty" Ron Paul, is de poster boy voor deze opstandbeweging binnen de GOP geworden. Hij wil de GOP-nominatie binnenhalen voor een senaatszetel in Kentucky. Libertarisch econoom Peter Schiff ambieert hetzelfde in Connecticut.



In dit filmpje van de "Wall Street Journal" horen we de angst van vele kaderleden van de GOP dat dit een breuk binnen de partij zou kunnen veroorzaken. Ook vrezen zij dat de extremere conservatieven (libertariërs dus) minder kans hebben om verkiezingen van de Democraten te winnen dan meer centrumgerichte conservatieven (RINO's dus). In onderstaande videoclip legt Rand Paul uit waarom hij tegen de bail-out van de Amerikaanse autoindustrie gekant is.



Een échte libertariër in mijn ogen, maar volgens de gerespecteerde Britse weblog "Conservative Home" is hij net een échte conservatief... Klinkt vreemd? Niet voor iemand die enigszins thuis is in de rijke Angelsaksische conservatieve traditie. Ronald Reagan zei dat het libertarisme de ziel van het conservatisme was, Margaret Thatcher vroeg F.A. Hayek in het begin van haar politieke carrière vaak om advies, en ook andere conservatieve boegbeelden, van een Barry Goldwater of Robert Taft tot een Dick Armey of Jack Kemp, werden vermaard omwille van hun sterke libertarische ideeën.

Ron Paul incarneerde die heropleving van authentieke libertarische of conservatieve waarden in de laatste presidentiële primaries, en nu is het aan zijn zoon, Rand Paul, om dat werk politiek verder te zetten.

Dr. Paul, I salute you!

Read more...

The Kingmakers of Lisbon (Arnaud Houdmont)

If rumours are anything to go by, the culmination of a long, outdrawn and rather undemocratic process that is shaping the future of Europe is nigh. Following a preliminary round of consultations with EU heads of state, Swedish PM Fredrik Reinfeldt decided to convene an informal summit on the 19 November during which he intends to put forward one candidate for each of the two European top posts. ‘It could be that a lengthy dinner at the European Council actually delivers someone else’ he announced, suggesting that the candidates that have been mentioned in the media so far are not the only ones vying for the positions of President of the European Council and High Representative for Foreign Affairs and Security Policy respectively.

The image it evokes is that of a bunch of statesmen enjoying a meal whilst calling out the names of the candidates they are backing. Not exactly an example of democracy in action… but arguably a fitting continuation to the ratification. On the 2nd of October, 17 months after the first referendum, Irish voters were invited to rethink their original position and ended up voting in favour of Lisbon Treaty. For the EU institutions not taking ’no’ for an answer back in 2008 eventually paid off as the last remaining obstacle was thus removed (save for the minor detail of allowing the Czech Republic to opt out of the European Charter of Fundamental Rights in return for Václav Klaus’ signature on the treaty) and European leaders could turn their attention to the real business at hand: the distribution of posts.

Whereas names of potential candidates had been circulating for a while, guessing who would come out on top suddenly became the prime occupation across Europe. Rarely has an EU issue enjoyed such media attention. The latest ‘conventional wisdom’ circulating in the European media, however, is that those who announced their candidacy early-on made a tactical mistake. Apparently external observers should be paying heed to the dark horses in the herd. While no final decision-making power is vested in either position, both will wield considerable influence in EU affairs and on the global stage.

Yet both posts will be appointed by the heads of state. The election of the President relies on a qualified majority among the members of the European Council and does not require the approval from the European Parliament. The High Representative on the other hand will be appointed by the heads of states and governments whose choice will need the approval of the Commission President. In the past there have been calls for direct elections to take place to give the President a clear mandate, but to no avail… After all, why suddenly change our habits and deprive the dining kingmakers from announcing their choice on the 19th of November?

Read more...

12 november 2009

Het helpt natuurlijk als je eerst Joke Schauvliege schoffeert en dan Guy Verhofstadt in de jury hebt

Eerst heette het dat deze jury ondermaats was en niet in staat om zijn talent te beoordelen. Daarna, bij de bekendmaking van de AKO-laureaat, liet Erwin Mortier optekenen dat diezelfde jury “hem beter begrepen heeft dan de andere”. Wat is het nu, Erwin? Is de enige kwaliteits-maatstaf van een literaire jury de Mortiergezindheid? Denk je nu echt dat de middenas van het universum door jouw navel loopt, en dat de waarheid zich verbuigt onder invloed van jouw grenzeloze gravitatie?

Wat er ook van zij, de auteur van Godenslaap wil zo snel mogelijk een gesprek met cultuurminister Joke Schauvliege (door hem eerder in De Morgen, tamelijk onsubtiel en kinderachtig, als Schouwvliegje betiteld), om nu eindelijk eens dat fiscaal statuut van de auteur aan te kaarten. Mortier wil zelf geen belastingen betalen maar wil wel graag meer belastinggeld gereserveerd om de literatuurindustrie te stimuleren.

Nu ben ik de laatste om een kunstenaar te willen zien hongeren op zijn zolderkamer. Toch lijkt het nieuwe materialisme van het schrijversgild, evenals de gretigheid waarmee er naar overheidsgeld gelonkt wordt (zie de eis van de sector om beginnelingen een soort ambtenarenstatuut te geven, om nog maar te zwijgen van het “geef ons meer geld”-geblaat van Dirk van Bastelaere in het tijdschrift nY), te refereren naar een zeer oude wortel van het schrijversschap, namelijk de boekhouding. Van in het oude China tot onder Karel de Grote waren schrijvers in de eerste plaats door de overheid aangestelde klerken, die slechts mettertijd, eerder uit verveling, naast de reguliere magazijnnotities ook persoonlijke krabbels maakten. Misschien werd dat door de hofdames wel gesmaakt, en ontstond zo het type van de hofdichter, een soort belcanto-nar die zich in zangwedstrijden mocht uitleven. Jaja, toen al regende het prijzen, waren er glunderende winnaars en mokkende verliezers.

Dit maar om te zeggen dat Mortiers gekoketteer met jury’s, zijn enorme hang naar succes en status (de gespeelde bescheidenheid van de laureaat, die gelukzalig mompelde “ach, we doen het niet voor het klatergoud”, deed dat nog frappanter uitkomen, zoals Caesar tot drie keer toe de keizerskroon weigerde), ons weer herinnert aan wat Sloterdijk schreef over het cynisme van de moderne intellectueel en zijn verslaving aan de macht. Het aura van de dichter is de verdubbeling van het aura van de politicus, die er zich achter verstopt, want politici zijn de dag van vandaag niet populair. De hang naar zekerheid en de institutionele cocon is onrustwekkend groot in het artistiek-intellectuele circuit. Ik zou graag eens een schrijver beloond zien die het establishment te kakken heeft gezet, maar dat is natuurlijk een contradictie vermits het establishment zelf de prijzen uitdeelt.

Voor de rest heeft Erwin Mortier een vlekkeloos PR-parcours gereden: het hautaine geschimp op het Schouwvliegje heeft hem de sympathie opgeleverd van juryvoorzitter Guy Verhofstadt, en het naarstige lobbywerk van diens broer Dirk. De als “voluntarisme” verklede doordrammerij van de ex-premier indachtig, zou het me niet verwonderen dat de rest van de jury hem gewoon zijn zin heeft gegeven. Daarbij blijf ik, zoals al vroeger gezegd, de verschijning van de luiers verversende moeder-minister een verademing vinden in het landschap van de kakmachines en de zelfverheerlijkende peptalk allerhande.

Zal Godenslaap de eeuwigheid halen, zoals de jury het stelt? Ik weet het nog zo niet. Ik heb eerder het gevoel dat de echte eeuwigheid van morgen vandaag in de anonimiteit huist, het klodderwerk van de eenzame wroeter. Behalve een euvel is marginaliteit misschien ook wel een zegen, een schuilplek. Een auteur die door een (ex-) premier wordt gelauwerd, dat kan nooit goed aflopen. Ook Claus en Verhofstadt waren boezemvrienden, maar van Claus gelooft niemand dat hij nog een decennium langer meegaat. Kunstenaars en macht, ze trekken elkaar aan, maar het eeuwigheidsgehalte blijkt telkens weer ver van de salons, de Academie en de prijzen te liggen. Dat ziet er dus niet zo goed uit voor Erwin. Dan toch maar beter eens stevig doorbomen over dat BTW-tarief…


Johan Sanctorum
http://www.visionair-belgie.be/

Read more...

Wij controleren onszelf

Het huidige Belgisch systeem van partijfinanciering kent geen onafhankelijke controle. De samenstelling van de commissies geeft een vooraanstaande/exclusieve rol aan de politieke partijen. Die zijn in de praktijk weinig geneigd om werkelijk controle uit te oefenen en beslissingen te nemen die tot een sanctie kunnen leiden. De controles van het Rekenhof en de bedrijfsrevisoren op de geldbesteding zijn waardeloos. Gezien de partijen zichzelf controleren kan de huidige regeling op termijn het vertrouwen van het publiek in het systeem van politieke financiering aantasten. Zegt de Raad van Europa.

Dankzij het speurwerk van Bart Maddens en Karolien Weekers, gepubliceerd in hun boek 'Het geld van de partijen' (Uitgeverij ACCO, 2009), weten we dat er vandaag jaarlijks niet minder dan 53 miljoen euro belastingen naar de politieke partijen gaat via dotaties, fractietoelagen en steun aan verbonden instellingen. (In Nederland krijgen de partijen hiervoor 15 miljoen euro, in Frankrijk 75 miljoen). Daar bovenop betalen alle parlementen ook nog de wedde en de kostenvergoeding voor de parlementsleden, het personeel van de fracties en van de persoonlijke medewerkers van de parlementsleden (b.v. ongeveer 2 medewerkers per Kamerlid) en kunnen er ook nog toelagen binnenkomen op provinciaal, lokaal en Europees niveau.

Eind 2008 onderzocht een team van de Raad van Europa hoe de controle op de partijfinanciering in België in elkaar zit, en of ze transparant genoeg is. Dit gebeurde in het kader van een onderzoek door die Raad 'ter bestrijding van corruptie met betrekking tot de financiering van politieke partijen en verkiezingscampagnes' bij alle 46 aangesloten lidstaten. De Belgische regeling kreeg nogal wat kritiek van de onderzoekers. De partijen controleren zichzelf, het jaarlijks rapport van de aangestelde bedrijfsrevisor over de aanwending van de partijfinanciering is een lachertje, lokaal blijven er voldoende achterpootjes om nog schenkingen te ontvangen, de controle van het Rekenhof is al evenzeer een lachterje, want het krijgt niet eens inzage van de documenten. En het Rekenhof speelt bovendien alleen maar een rol voor het federaal en het Vlaams parlement. Voor het Waals Gewest, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap, kunnen de controlecommissies van de regionale parlementen het Rekenhof raadplegen en advies vragen, een mogelijkheid waar zij echter nog nooit gebruik van hebben gemaakt. En aan de politisering van de overheidsdiensten is er verder niets veranderd, melden de onderzoekers.

Het evaluatieteam (*) kwam naar België in november '08, in opdracht van GRECO (Groupe d'Etats contre la corruption - Group of States against corruption), en stelde een evaluatierapport over België op 'Transparantie in de financiering van politieke partijen', dat in mei '09 in Straatsburg werd goedgekeurd. Voorafgaand aan het bezoek ontving het evaluatieteam een antwoord op de evaluatievragenlijst van het Federale Parlement, het Vlaams Parlement en van het Parlement van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De twee andere parlementen met rechtstreeks verkozenen deden dus niet eens de moeite te antwoorden (Parlementen van het Waals Gewest, Duitstalige Gemeenschap), noch hadden ze een gesprek met het team ter plaatse. (**)

Enkele uittreksels uit het ondertussen ook in het Nederlands beschikbare rapport van het GRECO-evaluatieteam (hierna het 'GET' genoemd):

De regeling die er in 1989 is gekomen, waarbij een publiek/privé financieringssysteem werd ingevoerd en de financiering door rechtspersonen werd afgeschaft, wordt meestal beschouwd als een merkelijke verbetering in vergelijking met de periode toen partijen en verkozenen beloften moesten doen om steun van het zakenleven te krijgen. Andere factoren zijn naar verluidt niet veranderd, zoals de politisering van de overheidsdiensten en meer nog van de lokale en territoriale entiteiten, waar het gewicht van de verkozenen steeds voelbaarder wordt (het inzetten van de middelen voor politieke doeleinden, uitgesproken cliëntelisme naarmate men dichter bij de kleinste collectiviteiten komt). De burgemeesters van de gemeenten worden als uiterst machtig op lokaal niveau beschouwd, wat ook in de hand wordt gewerkt door de administratieve regels en praktijken (dat territoriale niveau geniet een grote autonomie, het ontsnapt ook aan de controle van het Rekenhof, maar valt onder de controle van de gemeenteontvanger, er werden bepaalde dubieuze praktijken vastgesteld, zoals het afwerken van de notulen van de gemeentelijke beraadslagingen na afloop van de debatten, zodat er beslissingen kunnen aan worden toegevoegd naargelang van de behoeften, enz. ). De door het GET verzamelde gegevens suggereren dat bepaalde vormen van geknoei niet volledig verdwenen zijn (fictieve werknemers of banen, valse facturen, waardeloos onderzoek- en studiewerk dat echter peperduur blijkt, enz.) en aan het licht komen wanneer er procedures worden opgestart buiten de context van de controle van de financiering van het politieke leven, bijvoorbeeld bij controle door de arbeidsinspectie of de belastingdiensten....

Een onbevredigende regeling met veel gaten

België heeft controle-organen ingesteld op verscheidene niveaus en dat heeft er ongetwijfeld toe bijgedragen dat de partijen en verkozenen in financiële zaken gematigder en waakzamer zijn geworden. Het huidige apparaat geeft een vooraanstaande plaats aan de parlementaire controlecommissies : de Federale Controlecommissie voor de financiering van de politieke partijen en de federale verkiezingen, haar vier gewestelijke tegenhangers voor de financiering van de campagnes op gewestelijk niveau en op de infragewestelijke niveaus (behalve op het niveau van de gemeenten, waar zoals reeds eerder gemeld, alleen de verkiezingsuitgaven van de gemeenten worden gecontroleerd). Hoewel België de verdienste heeft dat apparaat te hebben ingesteld, is de toestand om verscheidene redenen onbevredigend.

Het jaarlijks financieel verslag van de partijen bevat de plaatselijke afdelingen niet, terwijl zij in de grote steden belangrijk kunnen zijn en aan de plaatselijke verkiezingen kunnen deelnemen, individuele campagnes van kandidaten kunnen financieren en geld kunnen inzamelen waarvan bij bepaalde partijen een deel, direct of indirect, wordt doorgestort naar de centrale structuur. .. In bepaalde gevallen hebben centrale leidinggevenden van de partijen bevestigd dat zij niets afweten van de financiën van de plaatselijke afdelingen, ook als het om een grote stad gaat. De interviews bevestigen dat de partijen, die trouwens over een grote vrijheid beschikken wat de organisatie van de structuren betreft, ook niet systematisch bepaalde structuren integreren zoals bijvoorbeeld de humanitaire organisaties. Hetzelfde geldt vaak voor structuren zoals jeugdverenigingen of vrouwenverenigingen...

Om een duidelijker grens te trekken tussen het politieke leven en de economie en het zakenleven, heeft de wetgever uiteindelijk de giften en prestaties van rechtspersonen aan politieke partijen en aan kandidaten verboden. Maar, met het klaarblijkelijke doel om bepaalde vormen van militante steun mogelijk te maken, heeft hij bepaalde vormen van indirecte hulp, zoals sponsoring – inclusief door diezelfde rechtspersonen – niet verboden noch gereglementeerd. Met sponsoring wordt dus blijkbaar liberaal omgesprongen, wat momenteel niet door de Controlecommissie veroordeeld wordt (en waarschijnlijk door de andere controlecommissies evenmin). Dat is in strijd met het wettelijk verbod op giften van rechtspersonen en biedt heel wat mogelijkheden om dat verbod te omzeilen.

Geen ernstige controle

Eerst en vooral kan men niet spreken van een onafhankelijk controlesysteem in de zin van artikel 14 van de Regels als bijlage bij Recommandation Rec (2003)4. De samenstelling van de commissies geeft een vooraanstaande / exclusieve rol aan de politieke partijen en in de praktijk zouden ze weinig geneigd zijn om werkelijk controle uit te oefenen en beslissingen te nemen die tot een sanctie kunnen leiden, zelfs wanneer het Rekenhof mogelijke overtredingen ontdekt of voorbehoud maakt.

Op federaal niveau waren er sinds 1989 een half dozijn dossiers die alleen over politieke partijen met weinig macht gingen; de helft ervan ging over dezelfde partij en in bepaalde dossiers waar de Controlecommissie een beslissing moest nemen, werd haar beslissing soms geblokkeerd omdat één van de leden de vergadering had verlaten (het quorum was niet aanwezig) en de Controlecommissie het onderzoek van het punt niet op de agenda van een latere vergadering had gezet. Wat de controle van de campagnerekeningen van de partijen en de kandidaten na de verkiezingen betreft, is de situatie bijzonder ongunstig. Kennelijk werd er geen enkele werkelijke maatregel getroffen bij aanzienlijke overtredingen (zo is het niet indienen van de rekeningen zonder gevolg gebleven nadat er aanmaningen werden verstuurd). Blijkbaar steunt de Controlecommissie uitsluitend op vaststellingen die eerder zijn gedaan, het ontbreken van een klacht van een andere kandidaat, enz. De betrokkenheid van het Rekenhof in het controleproces biedt (in de huidige context) niet alle waarborgen dat de politisering van de controlecommissies gecompenseerd wordt.... Bovendien wordt het weliswaar verplicht geraadpleegd door de federale Controlecommissie en door de Vlaamse commissie, maar niet door de andere gewestelijke controlecommissies.

Het GET twijfelt er sterk aan dat het apparaat in staat is een meer dan formele controle uit te oefenen op de rekeningen van de partijen en op de verkiezingscampagnes. De Controlecommissie en de gewestelijke commissies beschikken over weinig personeel en deskundigheid (de deskundigheid steunt in hoge mate op het secretariaat, aangezien de leden veranderen). Of het nu om die reden is of om de politieke verantwoordelijkheid voor haar werk te verschuiven, in elk geval steunt de Controlecommissie bijna uitsluitend op de adviezen van het Rekenhof. Dat laatste meent echter dat zijn werk eveneens hoofdzakelijk formeel is en slechts vrij flagrante overtredingen of bepaalde onregelmatigheden aan de hand van de vergelijking van data aan het licht kan brengen. Bovenal heeft het Rekenhof geen toegang tot de boekhoudkundige stukken en bewijsstukken, wat het uitoefenen van enige substantiële controle nagenoeg onmogelijk maakt, terwijl de Controlecommissie die mogelijkheid wel heeft, maar er slechts gebruik van maakt bij klachten.

Bedrijfsrevisoren moeten alleen in de context van de verslagen die jaarlijks worden ingediend de rekeningen van de politieke partijen controleren. De verslagen over de verkiezingsuitgaven worden niet met een audit gecontroleerd. Hetzelfde geldt voor de verslagen van de individuele kandidaten. Het GET stelt zich vragen bij de toegevoegde waarde van de auditverslagen over de rekeningen van de politieke partijen. De vertegenwoordigers van de revisoren zijn er immers niet in geslaagd informatie te verstrekken over de tekortkomingen of de typische problemen die ze vinden in de rekeningen van de partijen en hun componenten, en dus over de omvang en de diepgang van hun audit in de praktijk. Ook al werden er specifieke normen aangenomen door het Instituut van de Bedrijfsrevisoren... blijft de draagwijdte van de revisie vrij bescheiden, ondanks de relatieve complexiteit van de Belgische partijen, met hun vele structuren. Uit de gesprekken ter plaatse blijkt vrij duidelijk dat de auditor voor alles controleert of alles in de juiste vorm is weergegeven, en erop toeziet of de bedragen in de juiste kolom staan en of die bedragen geloofwaardig zijn.

De plaats van het Rekenhof (RH) in de controlestructuur van de financiering van de politieke partijen en de verkiezingscampagnes is niet overal gelijk: voor de controle op federaal niveau en op het niveau van het Vlaams Gewest treedt het verplicht op (de federale Controlecommissie en de Vlaamse Controlecommissie moeten het RH raadplegen). Voor het Waals Gewest, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap, kunnen de controlecommissies van de regionale parlementen het RH raadplegen en advies vragen, een mogelijkheid waar zij nog nooit gebruik van hebben gemaakt in de praktijk, zoals het GET kon vaststellen. De controle van het RH op de verkiezingsuitgaven betreft de aangiftes van verkiezingsuitgaven en de herkomst van de geldmiddelen van de politieke partijen en de individuele kandidaten. De controle van jaarrekeningen van de politieke partijen heeft betrekking op de geconsolideerde rekeningen van elke partij en van haar verschillende componenten. In beide gevallen, verstrekt het RH een advies en gaat het ervan uit dat het door zijn hoofdzakelijk formele werk geen echt toezicht kan houden op de aangiftes en de rekeningen; wat de verkiezingsuitgaven betreft, moet het zich immers baseren op de informatie die het krijgt van de kiesbureaus en rechtbanken van eerste aanleg, namelijk de aangiftes van partijen en kandidaten, en wat de jaarrekeningen betreft, zijn dat de financiële verslagen. Het RH heeft geen toegang tot de verantwoordingsstukken van de partijen en de kandidaten of tot de stukken waarover de revisoren beschikken (voor de politieke partijen). Het RH legt zich niet toe op een occasionele controle van de uitgaven, maar op een geregelde controle en het beperkt zich tot het opsporen van eventuele incoherenties of grote verschillen van jaar tot jaar of van de ene verkiezing tegenover de andere. Controle op de gemeenten valt niet onder de bevoegdheid van het Rekenhof.

Tot slot meent het GET dat het huidige systeem verscheidene onvolkomenheden vertoont; er is niet alleen het gebrek aan middelen van de controlecommissies, essentieel is ook dat het onvoldoende beveiligingen bevat om in de mate van het mogelijke zowel de onafhankelijkheid als de reputatie van onafhankelijkheid van het controle-apparaat te waarborgen tegen elke ongenode invloed van buitenaf die op termijn het vertrouwen van het publiek in het systeem van politieke financiering kan aantasten.

En nog veel meer gaten

Verscheidene administratieve diensten kunnen een rol spelen in de controle op de financiering van het politieke leven. Dat geldt vooral voor de belastingdiensten, omdat de vzw’s die met de partijen verbonden zijn bepaalde belastingen op de rechtspersonen betalen en omdat de belastingdiensten interveniëren bij de verkozenen, niet alleen bij de algemene belastingcontroles, maar ook in het specifieke geval van de vermogensaangifte die voor hen toepasselijk is. De belastingdiensten zijn weliswaar verplicht de gerechtelijke overheid in te lichten wanneer ze een strafrechtelijke overtreding ontdekken, maar er bestaat geen regeling waardoor ze de Controlecommissie (of haar gewestelijke tegenhangers) moeten inlichten over mogelijke overtredingen van de reglementering betreffende de financiering van de partijen en de verkiezingscampagnes. Het kan dus opportuun zijn ervoor te zorgen dat de meldingen van de belastingdiensten ook de organen ten goede komen die speciaal belast zijn met de controle op de financiering van het politieke leven.

De regeling van de vermogensaangifte en van de publicatie van de mandatenlijsten (die de GRECO eerder onderzocht heeft in het raam van de Tweede Evaluatieronde, inclusief de nalevingrapporten na het evaluatierapport) wordt momenteel blijkbaar niet opgevat als een bijdrage tot de transparantie van de financiering van de politieke partijen en van de verkiezingscampagnes. De regeling wordt daarentegen wel gebruikt door het gerecht bij onderzoek naar corruptie, fraude of andere malversaties en de magistraat kan de toegang tot de vermogensaangiftes toestaan.

Conclusie van het team

De wetgeving inzake financiering van het politieke leven die in België bestaat sinds 1989 en die samenhangt met een aanzienlijke overheidsfinanciering van de politieke partijen, lijkt de politieke partijen tot meer discipline te hebben aangezet en er zijn in het land niet langer grote politiek-financiële affaires zoals in het verleden. De uitgewerkte regeling met betrekking tot het kader van de politieke financiering beantwoordt in zekere mate aan de verwachtingen van de relevante bepalingen van Aanbeveling Rec (2003)4 van het Comité van Ministers aan de Lidstaten over de gemeenschappelijke regels tegen corruptie bij de financiering van de politieke partijen en de verkiezingscampagnes. Op het vlak van transparantie zijn er nog verbeteringen mogelijk om de activiteit en vooral de structuren van de politieke partijen meer in acht te nemen alsook met betrekking tot de reglementering van onder andere giften. Het is jammer dat de parlementaire controlecommissies op federaal niveau en op het niveau van de deelgebieden zich met de tijd niet meer hebben kunnen doen gelden en in ernstige mate zijn geblokkeerd door hun politieke samenstelling. Hierdoor stelt de GRECO vragen bij het door België ter zake goedgekeurde model en steunt ze de invoering van een controlesysteem dat losstaat van de financiering van de politieke partijen en de verkiezingscampagnes, zoals de Aanbeveling van 2003 aanraadt. Wat de sancties betreft om de naleving van de regels te garanderen, bestaat er een vrij breed scala van maatregelen. Naast de doeltreffendheid van deze sancties, die onvermijdelijk wordt aangetast door de zwakte van het controle-instrument, rijst in bepaalde gevallen de vraag of ze evenredig en ontradend zijn. Het gamma van sancties zou dan ook moeten worden herzien, wat trouwens zou kunnen gebeuren in de context van een meer algemene herziening.

De GRECO eindigt zijn rapport met elf uitgebreide aanbevelingen. Zoals bijvoorbeeld:

- overleg plegen over de noodzaak van een herziening van de gehele Belgische regelgeving over de financiering van de partijen en de verkiezingscampagnes, teneinde de regels uniformer, coherenter, duidelijker en efficiënter te maken
- criteria invoeren om de boekhouding van de partijen en politieke formaties systematischer uit te breiden tot de ermee samenhangende structuren, met name de lokale afdelingen van de partij, teneinde ook op lokaal niveau controle uit te oefenen
- een – eventueel eengemaakt – systeem invoeren voor de controle op de financiering van de partijen en verkiezingscampagnes dat zoveel mogelijk onafhankelijk van de politieke partijen is en beschikt over de nodige middelen voor de uitoefening van een substantiële en adequate controle
- met het Instituut der Bedrijfsrevisoren veeleisendere normen vaststellen voor de audit van de rekeningen van de politieke partijen, met inbegrip van de regels om de noodzakelijke onafhankelijkheid van de revisoren te garanderen

De GRECO vraagt de Belgische overheden een verslag over de uitvoering van de aanbevelingen in te dienen tegen 30 november 2010. Benieuwd wat daarin zal staan... (***)

Volledig Nederlandstalig rapport "Transparantie in de financiering van politieke partijen" (Met dank aan prof. Matthias Storme, die mij attent maakte op het rapport)

Wie de voortgang van de onderzoeken naar de 'strafbaarstelling van corruptie' en de 'transparantie van de financiering van politieke partijen' in de 46 lidstaten wil volgen: zie hier ...

Zie ook het eerder artikel over partijfinanciering: 'Tot nut van mijzelf''



(*) Het GRECO-evaluatieteam (hierna het « GET » genoemd), bezocht België van 19 tot 21 november 2008. Het bestond uit professor Richard GHEVONTIAN, universiteit van Aix-Marseille (Frankrijk) en professor Paulo PINTO DE ALBUQUERQUE, universiteit van Lissabon (Portugal). Het GET kreeg ondersteuning van de heer Christophe SPECKBACHER van het secretariaat van de GRECO. Voorafgaand aan het bezoek ontving het GET een antwoord op de evaluatievragenlijst van het Federale Parlement. Van de deelgebieden zijn twee parlementen ingegaan op de uitnodiging van de federale overheid om deel te nemen aan de evaluatie, en zij hebben dus ook voorafgaand aan het bezoek de evaluatievragenlijst beantwoord : het Vlaams Parlement en het Parlement van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (dat na het bezoek bijkomende informatie gegeven heeft). Bijlagen met onder meer de relevante wetteksten werden vóór het bezoek uitgedeeld en belangrijke bijkomende informatie werd ter plaatse gegeven.

(**) De leden van het GET hebben ontmoetingen gehad met vertegenwoordigers van de volgende instellingen: secretariaat van de federale Controlecommissie betreffende de verkiezingsuitgaven en de boekhouding van de politieke partijen, secretariaat van de Controlecommissie van het Vlaams Parlement, secretariaat van het Controlecollege van het Parlement van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Federaal Parlement (Senaat en Kamer van volksvertegenwoordigers), Vlaams Parlement, Parlement van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Rekenhof, commissie voor de Bescherming van de persoonlijke levenssfeer, magistratuur, federale gerechtelijke politie. De leden van het GET hebben ook ontmoetingen gehad met vertegenwoordigers van acht politieke partijen (Christen-Democratisch en Vlaams, Open Vlaamse Liberalen en Democraten, Vlaams Belang, Socialistische Partij Anders+VIaamsProgressieven, Centre Démocrate Humaniste, Ecolo-Groen, Parti Socialiste) en van de volgende niet-gouvernementele instellingen : Instituut van de Bedrijfsrevisoren, Belgische afdeling van Transparency International, gespecialiseerde academici (Institut de droit constitutionnel en Centre de Politologie van de Université Catholique de Louvain, Université Libre de Bruxelles, Facultés Universitaires Saint-Louis), journalisten. Het GET wenst te benadrukken hoezeer de gesprekken op een open en oprechte manier zijn verlopen.

(***) La Libre Belgique schreef op dinsdag 10 nov '09 een lang artikel met het bericht dat de Kamer een werkgroep opgericht heeft, voorgezeten door de CdH-er Francis Delpérée, om zich te buigen over het GRECO-rapport: 'L’argent des partis mal contrôlé'. De Standaard nam dat bericht over op zijn website (niet in de krant van donderdag 12.11.09), en corrigeerde 'Kamer' door 'Senaat': 'Senaat buigt zich over partijfinanciering' Want het betreft inderdaad de Senaat, die een 'Werkgroep Politieke Partijen (Controlecommissie betreffende de verkiezingsuitgaven en de boekhouding van de politieke partijen)' heeft opgericht om op de aanbevelingen te antwoorden. Francis Delpérée zat nooit in de Kamer, maar sinds 2004 in de Senaat, eerst aangewezen door het Parlement van de Franse Gemeenschap, en in 2007 rechtstreeks verkozen. Zucht, men kan dus zelfs geen elementair basisgegeven meer betrouwen in de kranten.
Read more...

De Grauwe ambieert Nobelprijs. Stap één: liberale principes verloochenen. (Vincent De Roeck)

Professor Paul De Grauwe van de Katholieke Universiteit Leuven gold jarenlang in België en daarbuiten als een doorwinterd liberaal econoom. Zijn thesisstudenten kregen systematisch liberale thema's zoals de liberalisering van de spoorwegen, de privatisering van de nutsbedrijven, de ontmanteling van de intercommunales of de deregulering van het ondernemersschap op hun bord. De Grauwe was kind aan huis bij liberalen en libertariërs, en dit zowel in het politieke als in het academische circuit. Professor De Grauwe maakte op basis van zijn eigen mérites zelfs furore binnen het christen-democratische bastion dat de K.U. Leuven nog steeds is en schopte het tot federaal parlementslid (twee legislaturen als senator, één als Belgisch volksvertegenwoordiger) voor de Vlaamse Liberalen en Democraten.

Doorheen zijn rijke carrière kreeg hij vaste columns in prestigieuze media (recent nog in de "Financial Times") en mocht hij als "visiting professor" aan tal van internationaal gerenommeerde instellingen werken en doceren (zo bijvoorbeeld aan de "Wharton School of Business"), kreeg hij drie eredoctoraten overhandigd, en werd hij door José Manuel Barroso gevraagd om toe te treden tot diens economische adviesraad. De eertijds volbloed-liberaal werd echter door Guy Verhofstadt als politicus gedesavoueerd en nadat ook van de beloofde transfer naar een topfunctie bij de Europese Centrale Bank niets meer in huis bleek te komen, krakte er iets in zijn overtuiging.

Sindsdien blijft hij nog wel bij hoog en bij laag beweren dat hij nog steeds het liberalisme, de vrije markt en de globalisering genegen is, maar blijkt uit zijn publicaties net het tegenovergestelde. Hij ontpopte zich de laatste jaren tot een rabiaat voorstander van de loonindexering (terwijl hij vroeger zelf steeds de loonmatiging bepleitte), viel wijlen Milton Friedman daags na zijn dood af als "marktfundamentalist" (terwijl hij Friedman vroeger als één van zijn grootste voorbeelden beschouwde) en pleit voor meer activisme bij de centrale banken en meer regulering van de financiële markten (terwijl vroeger net deregulering en spontane orde zijn credo waren).

Zijn sterke econometrische benadering van maatschappelijke vraagstukken, hij is nog steeds een enorme fan van de Zweedse Nobelprijswinnaar Jan Tinbergen, was nooit helemaal liberaal geïnspireerd, laat staan gëënt op de Oostenrijkse School, maar pas nu, in combinatie met zijn hedendaagse linkse visies op de economie, wordt dat pas echt gevaarlijk. Eventueel zou ik zelfs nog kunnen begrijpen dat iemand tijdens zijn leven en loopbaan van ideeën kan veranderen. Vaak is dat ook een positieve zaak en bewijst het net de niet-dogmatische rationele kijk op dingen van de persoon in kwestie en diens bereidheid tot kritiek en luisteren, en openheid voor nieuwe winden. Bij Paul De Grauwe is dat echter niet het geval.

Zijn bekering tot het etatisch-socialisme is volgens mij helemaal geen gevolg van een intellectueel evolutieproces, maar pure volksverlakkerij. De Grauwe toont zich als een doctor in de kazakkendraaierij, want hoe kan je het anders verklaren dat hij in "De Standaard" van 31 oktober laatstleden een ongenuanceerde verheerlijking van John Maynard Keynes neerschrijft en op 7 november, net één week later dus, op een conferentie in Munchen exact het tegenovergestelde bepleit en in een paper de ideeën van Friedrich Hayek boven die van John Maynard Keynes verkiest? Met dank aan Paul Vreymans trouwens om mij beide links te bezorgen.

Verder bleek op 9 november dan weer, tijdens een lezing van hem voor het Liberaal Vlaams Studentenverbond in Leuven, dat hij opnieuw voor Keynes boven Hayek opteerde, maar deed dit wel in veel gematigdere en genuanceerde bewoordingen dan in dat bewuste artikel in "De Standaard". Ik vermoed dat Paul De Grauwe nog steeds diep in zijn hart weet dat het liberalisme de enige ware economische stroming is die niet enkel moreel maar ook praktisch-utilitair superieur is, maar dat hij nu (om "safe" te spelen en iedereen te vriend te houden) nog maar één enkele visie wil bepleiten: die van zijn publiek. In een economisch linkse krant is hij pro-Keynes, op een liberaal congres is hij pro-Hayek, en voor een divers publiek aan zijn thuisuniversiteit is hij een beetje pro-beide... Un petit monsieur.

Read more...

11 november 2009

Ludwig von Mises in wereldpers (Tuur Demeester)

Uit de Wall Street Journal, "The Man Who Predicted the Depression":

Ludwig von Mises was snubbed by economists world-wide as he warned of a credit crisis in the 1920s. We ignore the great Austrian at our peril today. (...) How curious it is that the guy who wrote the script depicting our never ending story of government-induced credit expansion, inflation and collapse remains so persistently forgotten. Must we sit through yet another performance of this tragic tale?

En ook Reuters, "For 'New Economics', Look to Old Economics":

When it comes to managing the business cycle, mainstream economics have failed rather spectacularly, their prescriptions leading to increasingly violent bubbles and busts. For this reason there have been calls for a “new economics.” To get there, perhaps we just need to rediscover forgotten economists like Hyman Minsky and Ludwig von Mises.

Twee weken geleden tenslotte, evenwel zonder diens naam te noemen, in Forbes Magazine, "Be Prepared For The Worst":

The large-scale government intervention in the economy is going to end badly (...) I fear that our stimulus and bailout programs have already done too much to prevent the economy from recovering in a natural manner and will result in yet another asset bubble. Anytime the central bank intervenes to pump trillions of dollars into the financial system, a bubble is created that must eventually deflate (...) Rather than allow the market to correct itself and clear away the worst excesses of the boom period, the Federal Reserve and the U.S. Treasury colluded to put taxpayers on the hook for trillions of dollars (...) Government intervention cannot lead to economic growth (...) The only remaining option is to have the Fed create new money out of thin air. This is inflation.

Read more...

10 november 2009

Goedele Liekens geeft Kathleen Cools les in journalistiek

Maandag 9 november, Canvas-Terzake: Kathleen Cools interpelleert Goedele Liekens omtrent een interview dat die had afgenomen van een notoire Nederlandse pedofiel, Ad van den Berg, medeoprichter van de Partij voor Naastenliefde, Vrijheid en Diversiteit,- een partij met maar één programmapunt: leve de seks tussen volwassenen en kinderen. De man heeft een tijdje moeten brommen en is nu weer op vrije voeten om zijn opmerkelijk wereldbeeld te propageren.

Ik heb me in het verleden soms wat laagdunkend uitgelaten over de media-BV Goedele Liekens. Ik neem het bij deze terug. Zelden iemand zo moedig en eerlijk iemand in de ogen zien kijken, voor wie ze toch geen enkele sympathie kon hebben. Het gesprek van de Vlaamse sexuologe met de Hollandse piemeltjeszuiger (het ging soms echt tot in de details: de man had een uitgesproken voorkeur voor 12-jarige jongentjes) ging geen enkel taboe uit de weg, maar verbloemde ook niks en ging onmiddellijk naar de essentie: “Waarom doet u dat eigenlijk, mijnheer?”

Ad van den Berg had uiteraard zijn verhaal klaar –de man is niet dom-, dat er vooral op neer kwam dat hij die kinderen sexueel genot verschafte, een nobel doel dus in dit tranendal. Doorheen het gesprek werd, dankzij de subtiele vraagstelling van Liekens, echter duidelijk dat de pedofiel vooral aan ontkenning doet en een soort libertair-hedonistische fantasie cultiveert. Dit soort gesprekken is wel degelijk verhelderend. Het Nederlandse programma heet 1/1 en duurt zowat een uur: daar kunnen wij, met de kipkap- en fastfood-journalistiek van Canvas, alleen maar van dromen.

Daags nadien zat Goedele dus zelf in de Terzake-beklaagdenbank, en werd aan de tand gevoeld door Kathleen Cools. Of dit eigenlijk wel allemaal door de beugel kon? “Als ik dat interview bekijk, krijg ik een gevoel van walg”, zo ging Cools onmiddellijk van start. Geen open vraag dus, maar meteen een eigen oordeel: een buis in het eerste jaar journalistiek. Het contrast kon niet groter: terwijl Goedele Liekens beheerst en rationeel aantoonde dat ze, vanuit haar professionele achtergrond, een gesprek had proberen te voeren met een man voor wie ze overigens geen enkele sympathie kon voelen, deed Kathleen Cools weinig meer dan met haar pruilmondje en kijvend vingertje haar eigen goede smaak en weldenkendheid etaleren. Ze trachtte daarbij Liekens in het nauw te drijven –wat van geen kanten lukte- en een soort immoralisme toe te dichten.

“Ik begrijp niet hoe je met zo iemand zo gewoontjes kan praten” probeerde Cools nog eens (Ik citeer uit het hoofd, op het moment van dit schrijven staat het interview nog niet op de Canvas-website). Antwoord van Liekens: “Ik wilde hem uit zijn tent lokken. Als je op voorhand iemand begint uit te schelden, slaat die dicht. Hij heeft die avond dingen gezegd die hij nog nooit in het openbaar heeft toegegeven.” Daarmee gaf Goedele haar ondervraagster een klets op haar dikke kont, met de vermelding: terug naar de keuken jij, amateur! Inderdaad: wie men ook voor zich heeft in de studio, de eerste regel van de objectiviteit gebiedt dat men afstand houdt, én tegelijk een soort onbevangenheid creëert die ook effectief maskers laat vallen. Anders gezegd: de kinderlijke verwondering van Liekens deed bij de pedofiele intellectueel Ad van den Berg de broek tot op de enkels zakken. Zoiets heet empathie en emotionele intelligentie.

Mensen spreken maar als ze ruimte krijgen. Elke psycholoog weet dat, elke goede journalist heeft zoiets in de vingers, maar Cools niet. Die etaleert liever, zoals haar baas Kris Hoflack, de eigen voorkeuren, antipathieën “gevoelens van walg”. Een journalist, die naam waardig, moet ook een oorlogsmisdadiger met stijl kunnen interviewen. Niet om de man zomaar “een forum te geven”, maar om inzicht te krijgen in wat hem dreef. De kennis als deugd, het gesprek als verloskunde,het oude Socratische ideaal.

Voor de rest lag er geen zweem van sensatiezucht over het interview, dat Liekens overigens uit de losse pols moest afnemen, zonder op voorhand te weten wie ze voor zich ging hebben. De truttigheid anderzijds waarmee Kathleen Cools zich trachtte te indentificeren met Vlaanderen’s moral majority (de reacties van brave huisvaders en huismoeders op de Canvas-site liegen er niet om), lag helemaal in de lijn van de politiek-correcte bewustzijnsvernauwing waar de VRT-journalistiek al decennia aan lijdt. Cools wil geen pedofielen voor zich, ook geen Vlaams Belangers of ander ongedierte, en liefst zo min mogelijk critici van het cultureel-politiek establishment. Alleen naar goede zeep ruikende witteboordcriminelen zoals Noël Slangen, als die weer een reklameboekje voor zijn eigen business klaar heeft. Of undercover-toestanden bij nazi-onthaalmoeders, ja, dat kan natuurlijk ook.

Conclusie: Goedele Liekens heeft Kathleen Cools een les in journalistiek gegeven. Het zal de bedoeling wel niet geweest zijn. Wedden dat we de flamboyante sexuologe een hele tijd niet meer zullen zien op de publieke zender?


Johan Sanctorum
Samensteller en mede-auteur van “Media en Journalistiek in Vlaanderen”
http://www.visionair-belgie.be/

Read more...

9 november 2009

De Jeanne d'Arc van Dilbeek

Na de verkiezingen van 2007 verketterde hoofdredactrice Béatrice Delvaux in Le Soir meer dan een jaar lang Yves Leterme. In oktober '08 werd hij plots een man die zijn verantwoordelijkheid opnam. En nu is hij terug 'onaanvaardbaar'. De stemmen die deze moderne Jeanne d'Arc hoort komen vermoedelijk.. van Maingain.

Natuurlijk heeft Béatrice Delvaux het recht te stellen dat zij, en blijkbaar heel de redactie van Le Soir, het niet zien zitten dat Yves Leterme de opvolger wordt van Herman Van Rompuy als premier. De titel van haar editoriaal vrijdag 6 nov '09: "Van Rompuy, ja.. als het neen is voor Leterme!" (Nederlandse vertaling onderaan dit artikel). Daarvan maken, zoals De Standaard op zaterdag schreef, dat de krant 'de Franstalige' bezwaren scherp onder woorden bracht, is wel wat overdreven. La Libre Belgique spendeerde daar bijvoorbeeld op zaterdag geen enkele zin aan. Het is niet gebruikelijk in België dat een krant zo eenduidig positie kiest voor of tegen één politicus, en dan nog voor een premier, die zogenaamd door 'de koning' wordt aangeduid (laat Delvaux plots de Franstalige ophemeling van de koning en zijn prerogatieven vallen, voor een hoger doel?), maar in de VS is het blijkbaar de gewoonste zaak van de wereld dat een krantenredactie zijn voorkeur uitspreekt voor één presidentskandidaat. Moet dus ook hier kunnen. Delvaux bewijst hiermee nogmaals dat ze geen dame is van principes, maar haar discours aanpast aan wat ze op het moment het meest voordelige standpunt vindt om de Franstalige belangen te verdedigen. Zoals een generaal tijdens een oorlog zich niet bezig houdt met grote strategische theorieën uit de militaire literatuur, maar ad-hoc taktisch maneuvreert.

Hierbij gaat ze er misschien ook wel van uit dat de lezer een kort geheugen heeft (of het stoort haar helemaal niet in haar opportunistische opstelling). Echter: niet iedereen is haar vroegere schrijfsels vergeten. Kort overzicht:
Na de verkiezingen van 2007 verketterde Béatrice Delvaux en andere redacteurs van Le Soir meer dan een jaar lang Yves Leterme, (bijna) obsessioneel. ('Monsieur 800.000 gaffes', Yves Leterme is een mol die alleen maar naar de '16' gestuurd werd om het einde van België te bespoedigen, en toen Leterme eind februari '08 het ziekenhuis verliet: "eindelijk zullen we weer kwaad over hem kunnen spreken, want dat begonnen we te missen"...). In haar editoriaal van 18 oktober '08 echter, loofde ze plots Leterme: "Leterme, die met zijn schizofreen kartel met de NV-A onrust heeft gezaaid, zelfs communautaire paniek gedurende maanden, die het land verlamde, is vandaag diegene die de financiële angsten van de Belgen beperkt en hun economische toekomst afbakent." (Zie details in ons eerder artikel 'Béatrice Delvaux looft Leterme')
Na dat lovend editoriaal wou Le Soir de week daarop de impact ervan van meten. Toen vonden 63% Leterme plots efficiënt, 49% zelfs sympathiek. De enquête werd zelfs op de voorpagina aangekondigd met de titel: Les francophones satisfaits du 'Leterme nouveau'.

CD&V breekt zijn verkiezingsbelofte

De reden voor de ommezwaai toen, begreep ik pas iets later. Die kwam door de bocht die CD&V die zomer had genomen. CD&V had in 2007 ondermeer de verkiezingen gewonnen omdat ze beloofde niet in een regering te stappen, tenzij vooraf de grote lijnen van de staatshervorming en van de splitsing van B-H-V vastlagen. Zolang Leterme als onderhandelaar daar nog de representant van leek te zijn, was hij voor de Franstaligen, en zeker voor Le Soir met zijn sterke FDF-sympathieën, een te bestrijden vijand. CD&V had ondertussen echter die verkiezingsbeloften ingeslikt, omdat ze ten alle prijze terug aan de macht wou komen. Stemmen over het splitsingsvoorstel over BHV werd, tot vandaag, uitgesteld door - ook op aandringen van CD&V - een aantal belangenconflicten in te roepen, om tot een 'onderhandelde oplossing' te komen, en zo de huidige regering niet in gevaar te brengen, zodat ze haar termijn tot 2011 kan uitdoen. Waar het er eerst op aankwam Leterme zo lang mogelijk van de macht weg te houden, kwam het er in oktober van vorig jaar voor de Franstalige partijen en Le Soir op aan hem zo lang mogelijk aan de macht te houden. Hij stond er - door de drang naar macht van CD&V - borg voor dat er communautair op federaal niveau niets uit de hand zou lopen. De transferts waren dus nog een tijdje veilig met hem, toch veiliger dan na vervroegde federale verkiezingen. Daarom melde Le Soir dus dat haar lezers tevreden waren met de 'Leterme nouveau'. (Zie Franstaligen vinden Leterme nu efficiënt, zelfs 'sympa')

'Provoceren lost niets op'...

Eind vorig jaar gleed Leterme als premier uit over de Fortis-affaire, in verband met de mogelijke onoorbare contacten tussen kabinetten en het gerecht. De Franstaligen konden hierdoor kennis maken met de nieuwe premier, Herman Van Rompuy, die blijkbaar nog beter dan Leterme bleek elk communautair debat te kunnen voor zich uit schuiven. Dat beviel Delvaux natuurlijk best, maar ze heeft geen zin in een premier tot aan de volgende federale verkiezingen, waarvan ze vreest dat hij toch wat meer Vlaamse zaken uit de brand moet slepen dan Van Rompuy, wil hij de volgende keer weer stemmen halen. Van Rompuy is voor Delvaux de man die, alhoewel geminimaliseerd tot een 'akkefietje', het probleem 'genre BHV' kan oplossen. Een 'akkefietje' dat in dezelfde zin uitvergroot wordt tot een zaak die 'niets minder dan ons voorbestaan bedreigt'. (Wie deze manier van schrijven vreemd vindt, het is de stijl van de editorialisten van Le Soir: in dezelfde zin sterk contrasterende woorden gebruiken). Delvaux had gedacht dat met Van Rompuy 'eindelijk in het noorden van het land een terugkeer naar het communautair gezonde verstand aan de gang was' (D.S. 15 sept '09), maar daar doemde plots de boze wolf op, die de Franstaligen zou kunnen provoceren.

En een 'onderhandelde oplossing' mag echt niet in gevaar gebracht worden door onverantwoorde 'provocaties', zoals de recente goedkeuring van het decreet over de Vlaamse schoolinspectie in de Franstalige scholen in de faciliteitengemeenten. Wat schreef ze daarover in de 'Rubrique Francophone' van De Standaard op 27 oktober '09, onder de titel 'Provoceren lost niets op' (terwijl ze een week later zelf provoceert, door haar veto tegen Leterme, maar dat mag natuurlijk niet beschouwd worden als provoceren, dat is gewoon een 'vaststelling dat hij het niet kan', zoals ze verklaart in DS 07.11.09). Ze schreef toen: "Verleden week viel Le Soir ten prooi aan een woede-uitbarsting… Toen het Vlaams Parlement (min één Franstalige stem) unaniem het voorstel goedkeurde om de scholen van de Rand aan Vlaamse inspectie te onderwerpen, protesteerde Le Soir luidkeels dat dit een provocatie was. De krant vroeg zich af: kunnen de Franstaligen nu nog wel vertrouwen hebben in de goede wil van het noorden, net nu de onderhandelingen over Brussel-Halle-Vilvoorde voor de deur staan?"
In haar krant heet 'de Rand' systematisch 'la périphérie bruxelloise', en wordt weer geopperd dat er als compensatie voor de splitsing van BHV minstens een 'corridor' moet komen die Brussel met Wallonië verbindt - "een kapitale strategie om zich te wapenen tegen de mogelijkheid dat Vlaanderen zijn onafhankelijkheid uitroept" - en liefst van al de aanhechting van de zes faciliteitengemeenten bij Brussel. "Vlaanderen is niet van plan een duim van zijn grondgebied af te staan", heet het nog, "maar dat maakt de Franstalige eisen niet minder gegrond". (David Coppi in Le Soir, 29.10.09)

Wie zijn de wolven?

Delvaux eindigt haar opiniestuk van 27.10.09 met een melodramatische oproep van de Franstaligen 'van goede wil' tot de Vlamingen: "Een korte laatste opmerking voor lezers en opiniemakers in het noorden van het land: de Franstaligen van goede wil worden vandaag de dag heen en weer geslingerd tussen aan de ene kant hun wens om tot constructieve en onderhandelde oplossingen te komen en aan de andere kant hun vrees dat ze aan het einde van de communautaire nacht zullen worden verslonden, zoals de zeer naïeve geit van meneer Seguin (naar een verhaal van Alphonse Daudet over een geit die zich een hele nacht verdedigde tegen een wolf, bij het ochtendgloren opgelucht ging rusten en prompt verorberd werd). Die Franstaligen hebben er in de komende weken nood aan om te worden gerustgesteld over de Vlaamse intenties, en niet om hun diepste vrees werkelijkheid te zien worden." Gerustgesteld worden door een onderhandelde oplossing die voor Delvaux alleen maar kan heten dat de Vlamingen grondgebied moeten afstaan, want anders zijn het toch geen goede staatsburgers? Wie zijn hier de wolven. Maar natuurlijk moeten de Vlamingen verorberd worden, "uit respect voor de rechten van beide kanten".

Er is dus nog steeds niet veranderd aan de opstelling van Delvaux en haar achterban: communautaire vrede kan er alleen komen als de Franstaligen meer Grund und Boden krijgen. (*) Er speelt natuurlijk niet alleen de vraatzucht voor 'eigen' grond, maar ook deze naar geld. De studiedienst van het FDF becijferde vorig jaar dat een overdracht van de zes faciliteitengemeenten naar Brussel een fiscale overdracht van 75 miljoen euro voor Brussel en van 119 miljoen voor de Franse gemeenschap betekent (of die bedragen kloppen, ik zou het niet weten, het FDF gaat daarvan uit). Zo moeten ze het Brussels bestuur veel minder rationaliseren om de boeken te doen kloppen, met bijvoorbeeld een fusie van de 19 gemeenten tot één stad Brussel, en kunnen o.a. Maingain en Moureaux burgemeester blijven, en kunnen ze meer geld stoppen in het Franstalig onderwijs. Pak de poen waar hij te vinden is, maar voor de rest zijn ze 'demandeur de rien'.

Vooruit met de geit: stem de splitsing van BHV

Zoals Jeanne d'Arc hoort Delvaux blijkbaar stemmen die haar inspireren tot strijdlustige oproepen. Waarom de militaire commandante Jeanne d'Arc door de katholieke kerk heilig werd verklaard is mij een raadsel. De huidige Jean d'Arc van Dilbeek staat een heiligverklaring waarschijnlijk alleen te wachten bij rabiate Vlamingenhaters, als die hun slag thuis halen. Ik kan alleen maar mijn eerdere verzuchting herhalen: als de Franstaligen vrede blijven weigeren, en alleen maar in militaire termen van verovering denken, dan moet de eenzijdige splitsing van BHV door de Vlamingen maar zo snel mogelijk gestemd worden. Als dit het einde van het huidige België betekent, ligt dat einde uitsluitend in handen van de Franstalige ministers. (Artikel: Vlaamse partijen: stel nu voor BHV een 'onderhandelde oplossing' voor)


(*) De laatste jaren hebben we via Dienstencheques poetsvrouwen in huis gehad uit Kosovo, Sierra Leone, de Kaapverdische Eilanden, de Fillipijnen, Turkije, Marokko en Polen. Allen spraken ze een verstaanbaar tot zeer behoorlijk Nederlands, meestal veel beter dan onze inheemse Franstalige ministers.

De Standaard, 7.11.09, vertaling van het editoriaal van Béatrice Delvaux

Herman ja, Yves nee

De job van Europese topman - ooit zo begerenswaardig in onze ogen, de welverdiende pluim op de hoed van een Europese grondlegger - verloor al zijn glans. Van Rompuy weg als eerste minister tot meerdere eer en glorie van Europa? Geen sprake van, onmogelijk. Kom het later misschien nog eens vragen

Maar onze nationale trots, ons gezond verstand en onze natuurlijke neiging tot zelfopoffering voor het algemeen belang halen al snel de bovenhand. Deze benoeming zou een eer zijn en deze Belg hoeft geen stroman ten dienste van grote naties te zijn. Optimisten vinden dat een Belg aan het hoofd van de Europese Raad onze identiteit in de verf kan zetten, kan doen opleven en aan de top brengen. En als alleen Van Rompuy de Belgische toekomst nog kan verzekeren… Die toekomst hangt toch al aan een zijden draadje.

Goed. Van Rompuy vertrekt naar Europa en wij blijven met ons probleem zitten. De man die een manier vond om de Belgische bazaar te doen draaien, nadat anderen rampzalige, zelfs ronduit desastreuze pogingen deden - die man, Van Rompuy dus, - mag vertrekken. Op één voorwaarde: dat zijn opvolger van hetzelfde kaliber is, dat die weet hoe hij België moet regeren en een oplossing moet zoeken voor akkefietjes genre BHV die niks minder dan ons voortbestaan bedreigen. Wat voor zin heeft het voor België om een Europese president te leveren, die dan bijna staatloos blijkt of wiens vaderland op ontploffen staat? Meewerken aan de schepping van Europa zonder onze eigen toekomst te vrijwaren, zou onverantwoord zijn tegenover de Belgische burgers. In de veronderstelling dat niet alleen Van Rompuy onze reddende engel kan zijn, zijn de partijvoorzitters en vooral de leiders van de CD&V, verantwoordelijk voor de intrinsieke, onpartijdige kwaliteit van de opvolging. Hoe hoogdringend ook, hoe onverwijld men ook moet handelen, die opvolger kan in geen geval Leterme zijn. Kans gekregen, kans gemist. Van Rompuy kan de zijnen nog een laatste dienst bewijzen voor hij vertrekt: zijn veto uitspreken tegen Leterme.

Oorspronkelijk editoriaal in Le Soir van 6 nov '09: Van Rompuy, oui... si Leterme c'est non !
Read more...

7 november 2009

Herman van Rompuy, de perfecte Europese President (Hoegin)

Herman van RompuyVolgens de bookmakers en de kranten is Eerste Minister Herman van Rompuy op dit ogenblik de grootste kanshebber om Europees President –eigenlijk «Voorzitter van de Europese Raad»– te worden. En inderdaad, wie zou er eigenlijk beter passen als voorzitter van een orgaan dat desnoods landen dwingt een tweede maal een referendum te organiseren als de bevolking de eerste keer verkeerd stemt, dan onze eigen Eerste Minister die ooit als Kamervoorzitter nog 's nachts de sloten van de plenaire zittingszaal liet vervangen om een zitting tegen te houden? Dat Herman van Rompuy uit zeldzaam hout gesneden is, is wel het minste dat gezegd kan worden.

Dat de Europese Unie niet bepaald uitblinkt door haar democratisch gehalte hoeven we de lezer niet uit te leggen. Recent was er het tweede referendum in Ierland over het Verdrag van Lissabon, omdat de Ierse bevolking de eerste keer zo vermetel was geweest Neen te stemmen. Ook aan de weinig democratische manier waarop het Europese establishment Turkije in de Europese Unie tracht te loodsen hoeven we de lezer niet te herinneren: eerst ging het alleen maar onderhandelingen over een mogelijke toetreding, en was het dus te vroeg om bezwaren te maken, daarna kwamen bezwaren te laat omdat er al zo lang met Turkije onderhandeld werd. Het spreekt dan ook voor zich dat als de Europese Unie een president wil aanstellen, die president niet rechtstreeks door de Europese bevolking verkozen zal worden of via een open proces, maar in achterkamertjes bedisseld moet worden zodat ook achterbakse figuren kans maken benoemd te worden. En achterbakse figuren misschien zelfs een streepje voor hebben.

De voormalige Britse Eerste Minister Tony Blair was lang de gedoodverfde kandidaat, maar kampte met twee grote nadelen. Het eerste nadeel was natuurlijk dat Groot-Brittannië in de EU nog steeds een buitenbeentje is, en bijvoorbeeld bedankt voor de Euro. Het tweede nadeel was de oorlog in Irak, dat vooral bij het oud-Europese gedeelte van de EU moeilijk lag. Stel je voor, een Eerste Minister die zijn troepen leende om in een ver land samen met de VS actief een bloedig dictator ten val te brengen. Dat is inderdaad onaanvaardbaar! Een andere affaire, namelijk dat hij bij de laatste verkiezingen de Britse bevolking expliciet een referendum over het Verdrag van Lissabon had beloofd, maar naliet die belofte ook in te lossen, speelde duidelijk níet in zijn nadeel. Het zal de lezer waarschijnlijk niet verbazen dat zulk gedrag hem absoluut niet euvel geduid werd in Brussel.

De Brit Tony Blair zal echter geen andere keus hebben dan in de Belg Herman van Rompuy zijn meerdere te erkennen. Enkele van de recentste exploten van onze Eerste Minister tonen duidelijk aan dat hij veel beter zou passen in de functie van Voorzitter van de Europese Raad. Zo slaagde hij er als Kamervoorzitter in 's nachts de sloten van de plenaire zittingszaal te vervangen, om zo een vergadering over Brussel-Halle-Vilvoorde te kunnen saboteren. Een andere keer weigerde hij gewoonweg een week lang op zijn kantoor te verschijnen, om te vermijden er een brief te moeten openen. Algemeen wordt trouwens aangenomen dat hij er eigenhandig voor gezorgd heeft dat zijn partij, de CD&V, haar eis over de staatshervorming en de splitsing van de Brussel-Halle-Vilvoorde als een conditio sine qua non voor regeringsdeelname inslikte op het moment dat de Franstaligen ermee dreigden overstag te gaan. Men kan zich moeilijk voorstellen hoe het verkiezingsprogramma van de CD&V uit 2007 nóg flagranter aangefloten kon worden, of het zou moeten gaan over een volledige aanhechting van Halle-Vilvoorde bij het Waals Gewest.

Zorgde hij ervoor dat de CD&V toch maar in een federale regering stapte, volledig in strijd met haar eigen verkiezingsprogramma, is het duidelijk dat hij er sinds de opvolging van Yves Leterme eigenlijk de grootste hinder is om Brussel-Halle-Vilvoorde te splitsen en de Franstaligen tot een staatshervorming te dwingen. Inderdaad, het splitsingsvoorstel, ingediend en gestemd door zijn eigen partij, zit volledig geblokkeerd door opeenvolgende belangenconflicten die hij zelf bij de respectievelijke regionale parlementen gaat afsmeken. De staatshervorming stopte hij niet in de koelkast, maar in de diepvriezer, met het slot vervangen en de sleutel al lang weggesmeten. In alle andere dossiers, de zogenaamde «werven» asiel en migratie, energie en de overheidsfinanciën, gaf hij de Franstaligen volledig hun zin. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat zij dezer dagen met een bang hartje een beslissing over dat Europees presidentschap afwachten. Hoofdredactrice Béatrice Delvaux van de krant Le Soir meende zelfs al voor alle zekerheid op voorhand al een veto te moeten stellen tegen Yves Leterme als opvolger.

Misschien nog het meest hallucinante feit is dat hij vandaag een regering leidt die aan Vlaamse zijde niet eens over een meerderheid beschikt, terwijl aan Franstalige zijde alleen Ecolo ontbreekt. Vóór de verkiezingen liet hij in een interview met De Morgen nog noteren dat zo'n constructie «staatsgevaarlijk» zou zijn: Vandaag lijkt het echter de enige garantie om België niet finaal in mekaar te doen stuiken. En dat laatste is natuurlijk het enige waar het in zijn federale regering werkelijk over gaat: België nog zo lang mogelijk draaiende te houden, desnoods tegen zijn eigen partij, bevolking en kiezers in. Het hogere belang, weet u wel. Het is daarmee duidelijk dat als de EU iemand nodig heeft die zonder scrupules desnoods ook zijn land bij de bok zal willen zetten voor een hoger, Europees belang, Herman van Rompuy daar de geknipte figuur voor zal zijn.

Labels: , , , ,

Read more...

6 november 2009

Liberale studenten zijn nog maar eens duidelijk: "Europese eenmaking geen doel op zich"

Op 3 november laatstleden, om 15u, werd het laatste obstakel naar de volgende stap op de weg naar een Europese eenheidsstaat weggewerkt. Ook Tsjechië heeft het verdrag van Lissabon geratificeerd. Daardoor kan het Europese project verder worden gestuwd op de weg die in 1987 en 1992 werd ingeslagen met de Europese Akte en het Verdrag van Maastricht. Dit is een project van uniformisering en harmonisering waar verschillen tussen lidstaten worden beschouwd als een bedreiging voor de vrede in Europa.

Het Liberaal Vlaams Studentenverbond (LVSV) Leuven is niet tegen de Europese Unie. We staan wel huiverachtig tegenover een Unie die zelf belastingen zal kunnen heffen en haar begroting wil laten vertienvoudigen. Een Unie met dezelfde arbeidsreglementering en immigratiecriteria van Griekenland tot Zweden ondanks dat de omstandigheden in de lidstaten geografisch, klimatologisch, cultureel en sociaaleconomisch mijlenver uiteen liggen.

Europa moet een project zijn van samenwerking dat alle lidstaten ten goede komt. Aanvankelijk werd de Europese Economische Gemeenschap opgericht om vrije handel mogelijk te maken. Om dichter bij deze gemeenschappelijke markt te komen werden vanuit de E.G. maatregelen genomen, maar enkel met de goedkeuring van al de lidstaten. Vandaag verliest elke lidstaat haar vetorecht in de Raad voor bijna alle bevoegdheden. We moeten beseffen dat we het risico lopen dat Europa wetten maakt waar we in België tegen zijn, maar die we niet meer kunnen tegenhouden.

België is niet consequent in haar Europeanisme. Het wil al haar bevoegdheden overhevelen en een Europese federale staat creëren. Ze denkt zo meer invloed te krijgen en haar universele waarden te kunnen verspreiden. Maar wanneer de E.U. verplicht om concurrentie toe te laten bij de spoorwegen staat de politieke wereld op de barricaden. Belgische ministers verklaarden ook de afgezwakte Bolkestein-richtlijn niet om te zetten. Zij ondergraven daardoor zelf ‘l'Union européenne, une et indivisible.’ Het Verenigd Koninkrijk staat inderdaad sceptischer tegenover het overdragen van bevoegdheden naar Europa, maar ze zijn wel de eerste om de regelgeving om te zetten, zelfs indien zij daar tegen zijn.

Het Verdrag van Lissabon draagt quasi al de bevoegdheden over naar het Europese niveau. Nu België haar vetorecht is kwijtgespeeld, kunnen enkel procedurele waarborgen zoals het subsidiariteitsbeginsel ons redden. Het subsidiariteitsbeginsel bestaat al sinds 1993 maar het heeft de Europese Commissie nog nooit kunnen stoppen om regelgeving door te voeren. In het Verdrag van Lissabon werden gelijkaardige waarborgen voor de soevereiniteit van de lidstaten ingeschreven. De effectiviteit van deze waarborgen zal zonder twijfel even succesvol zal zijn.

De incompetentie van de Europese politici maakte het Verdrag van Lissabon noodzakelijk. De Europese politici kunnen geen compromissen bereiken waar alle 27 lidstaten mee akkoord gaan. Het is net de taak van politici om tot onmogelijke compromissen te komen. In de plaats daarvan koos men ervoor om de minderheid monddood te maken. Als dat de eurocratische definitie van ‘meer democratie’ is, mag men de E.U. inderdaad een democratie noemen. Dan wel een autoritaire democratie van het type dat we in de 20ste eeuw te over hebben gekend in Europa. De stijl waarmee de eurocraten met het ‘nee’, uitgesproken door het Ierse volk, omgingen toont dit genoegzaam aan.

Als liberale studenten vragen we dat de E.U. terugkeert naar haar kerntaak: de interne en vrije markt. De diversiteit in Europa en de eigenheid van iedere lidstaat moet behouden blijven. Dit kan enkel door op de andere domeinen de beslissingen te nemen bij consensus van de 27 lidstaten of door aparte akkoorden tussen de lidstaten die verder wensen te integreren.


Kevin Wielockx, Secretaris LVSV Leuven
Jens Moens, Voorzitter LVSV Leuven

Read more...

5 november 2009

Festivals blijven dodelijk

De laatste twintig jaar is het aantal jongeren met gehoorproblemen verdrievoudigd. O.a. door oorverdovende festivals. Een zeer ernstig probleem van volksgezondheid: gehoorschade is niet met een pilletje te genezen, het is onomkeerbaar. Er komt nu een 'rondetafelconferentie' tussen ministeries, omdat de normen onduidelijk zijn. Maar waarom heeft het parlement niet zelf de moed om hoorzittingen te organiseren en daarna een decreet op te stellen en goed te keuren, dat duidelijk genoeg is om de uitvoerende macht te verplichten het ook uit te voeren? Dat is toch zijn kerntaak?

Permanent worden nieuwe decreten en wetten gemaakt, te veel, veel te veel. Maar een duidelijke regelgeving die een zeer ernstig probleem van volksgezondheid betreft, daar komt men blijkbaar niet aan toe. Vlaams volksvertegenwoordiger Felix Strackx (Vlaams Belang) heeft daar reeds in 1996 (!) over geïnterpelleerd. Ondertussen is het lawaai op festivals en fuiven nog (letterlijk..) oorverdovender geworden, en blijft de overheid zich verstoppen achter 'onduidelijke normen' om niet op te treden. Naar aanleiding van de zelfmoord van Dietrich Hectors en de reportages van Peter Van Tyghem in De Standaard, (zie mijn eerder artikel: 'festival kunnen dodelijk zijn'.) stelde Felix Strackx hierover op 6 oktober '09 opnieuw een 'Vraag om uitleg' aan Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, 'over de preventie van gehoorschade ten gevolge van te luide muziek op publieke evenementen'.

Uit zijn vraagstelling: "Alle ORL-specialisten (oto-rhino-laryngologieartsen) zijn zeer eensluidend en formeel: een mens kan 75 decibel acht uur lang verdragen zonder problemen; 90 decibel mag men maar een kwartier ondergaan; als het boven de 100 decibel gaat, mag men maar heel kort worden blootgesteld aan dat geluid. Vanaf een voortdurende belasting van 90 decibel, is er kans op gehoorbeschadiging. Negentig decibel is trouwens ook de limiet die wordt gehanteerd op de werkvloer. Men moet hierbij goed weten dat decibel een logaritmische schaal is waarbij een verhoging van drie decibel een verdubbeling van de geluidsdruk betekent... Volgens de specialisten krijgen zij heel geregeld patiënten over de vloer die last hebben van tijdelijke en zelfs blijvende gehoorbeschadiging na het bijwonen van een rockconcert. Bij piekmomenten in de hoge frequenties – tussen 6000 en 8000 hertz – van 110 decibel, treedt er namelijk een ernstige en onomkeerbare beschadiging van het binnenoor op. Dat is niet meer te verhelpen, ook niet operatief: het binnenoor is onherroepelijk stuk. Toch kunnen de talrijke festivals, fuiven en dies meer ongestoord duizenden jongeren blijven opzadelen met ernstige gehoorproblemen."

Duidelijke probleemstelling. En wat antwoordt de minister?

Minister Vandeurzen: "De laatste twintig jaar is het aantal jongeren met gehoorproblemen verdrievoudigd. Jongeren maken op dit moment ongeveer 20 percent uit van de geluidsslachtoffers. De geluidsproblematiek op publieksevenementen – maar zoals gezegd ben ik het eens met de opmerking dat het een bredere thematiek is – is belangrijk genoeg om met de diensten en de betrokken middenveldspelers de ontwikkeling na te gaan van een structureel beleid, in samenwerking met de collega’s uit de Vlaamse Regering. Niet enkel minister Joke Schauvliege, bevoegd voor leefmilieu en cultuur, met wie ik hierover uiteraard al contact heb gehad, maar ook de collega bevoegd voor jeugd en onderwijs is betrokken partij. Minister Schauvliege heeft het initiatief aangekondigd tot het samenroepen van een rondetafelconferentie met de bevoegde Vlaamse instanties. Daaraan zal ik uiteraard ten volle meewerken en ik heb hiertoe al opdracht gegeven aan het Agentschap Toezicht en Volksgezondheid. Blijkbaar moeten we eerst eens op tafel leggen wat er allemaal aan normerend kader bestaat, wat beschikbaar is en wie wat kan doen, om vervolgens te kijken hoe we daaruit een omvattende strategie kunnen afleiden."

Erik Tack (Vlaams belang, huisarts), kwam eveneens tussen: "De jeugd sensibiliseren is één zaak, maar erin slagen is iets anders. Het is belangrijk dat er een wetgevend kader komt dat zegt dat bepaalde normen niet mogen overschreden worden. Het zou strafrechtelijk moeten beteugeld worden. En daarmee uit. Ik hoop dat deze minister dat ook zal doen."

Nu maar hopen dat Felix Strackx zich in dit thema vastbijt, en de overheid blijft achtervolgen tot er eindelijk een degelijke regelgeving uit de bus komt. Maar waarom heeft het parlement niet zelf de moed om hoorzittingen te organiseren en daarna een decreet op te stellen en goed te keuren, dat duidelijk genoeg is om de uitvoerende macht te verplichten het ook uit te voeren? Op het werk is meer dan 90 dB verboden, omdat het permanente oorbeschadiging kan veroorzaken. Waarom mogen festivals dan ongestraft hoger gaan?

De commissie voor Volksgezondheid maakt er zich toch iets te gemakkelijk van af. Ook zij is mede verantwoordelijk voor de opgelopen schade, als ze alleen maar passief wacht op de uitslag van een 'rondetafelconferentie', die kan verzanden in palavers zonder resultaat. Kan men niet spreken van schuldig verzuim en het niet helpen van mensen in gevaar, als het parlement niet snel die slagen en verwondingen doet stoppen? In deze materie zijn wettelijke normen even noodzakelijk als regels voor het verkeer. Is dat niet een kerntaak van het parlement?

HIER het volledig verslag van de tussenkomst i/d commissie
Read more...

De ondergang van Europa (Hubert Jongen)



De politici hebben nu hun zin. Ze hebben Vaclav Klaus tot het tekenen van het Verraad van Lissabon kunnen krijgen (dwingen?), en daarmee hebben zij de sluizen open gezet voor totale EU-dictatuur. Gisteren heeft Klaus, die nochtans even een “rots in de branding” leek, getekend. Tekenend is dat van de tekenplechtigheid zelf heel weinig of niets in de media verschenen is. Alleen de laatste zin van de verklaring van president Klaus (“Ik heb getekend”) wordt voluit en met veel enthousiasme gepropageerd. De hele plechtigheid, de allerbelangrijkste in de hele EU dit jaar, duurde nog geen anderhalve minuut. Maar in die minuut, kreeg ik wel de koude rillingen. Vaarwel zelfstandigheid en vrijheid. De vertaling (uit het Tsjechisch) van Klaus heb ik nergens kunnen vinden, met uitzondering in kleine lettertjes op bovenstaande video. Bekijk de video. Registreer de beelden in je geheugen. Het zal een referentie zijn voor de toekomstige ontwikkelingen in de EU. Je kan daarmee aan je kinderen en kleinkinderen vertellen hoe het ging: “I told you so!”

Een snelle vertaling. Klaus komt binnen, loopt naar de microfoon en:
Goede middag. Goede triestige middag.

Laat mij een korte verklaring afleggen over de uitspraak van het Constitutionele Hof van vandaag.

Punt één. Ik verwachtte deze beslissing en ik respecteer het, zelfs terwijl ik het niet eens ben met de inhoud en argumenten.

Punt twee. Ik kan het niet eens zijn met de methode – en de juridische kwaliteit. De uitspraak van het Constitutionele Hof is niet neutraal-juridisch geanalyseerd maar een politiek tendentieus pleidooi voor het Lissabon Verdrag door zijn supporters. Duidelijk te zien in de absolute onbevredigende manier van verklaring en presentatie van deze uitspraak.

Punt drie. Boven alles kan ik niet akkoord gaan met de inhoud omdat ondanks de politieke mening van het Constitutionele Hof de Tsjechische Republiek nu zijn soevereiniteit zal verliezen. Deze verandering van vandaag en in de toekomst zal dat deel van onze bevolking legaliseren dat niet onze zelfstandigheid wil behouden.

Punt vier. Ik kan niet respecteren de formulering van het Constitutionele Hof dat de President verplicht is om dit, of welk ander internationaal contract dan ook, zonder enige vertraging te ratificeren, refererende aan de wet voor het Constitutionele Hof. Dit is een wet die betrekking heeft op het Hof, maar niet op de rechten van de President die alleen maar door de grondwet worden bepaald.

Punt vijf. Ik verklaar dat ik het Lissabon Verdrag vandaag om 15.00 uur heb getekend.
En toen draaide president Vaclav Klaus zich om en verliet onder doodse stilte de zaal... Dit was het einde van een stuk vrijheid. Onze laatste verdediging tegen totalitaire EU-dictatuur is verdwenen.

THE END.

Read more...

4 november 2009

Het Verraad van Lissabon (Vincent De Roeck)

Gisteren leed de vrijheid haar grootste nederlaag in een lange tijd. De Tsjechische president Vaclav Klaus ondertekende het Verraad van Lissabon en bewees daarmee het cliché dat elke Euroscepticus, zelfs de meest libertarisch ingestelde, eenmaal in de regering, toch Eurofiele posities aan moet nemen. Klaus leek lange tijd de uitzondering op deze regel te worden, maar quod non dus. Twintig jaar na de val van het communisme leeft Europa vanaf 1 december a.s. opnieuw onder het juk van een totalitair-collectivistisch systeem, alsof er de laatste decennia op ons continent niets veranderd is.

In de Verenigde Staten van Barack Hussein Obama wordt momenteel met een soortgelijk semi-communistisch bestel geëxperimenteerd, maar de Amerikanen lijken minder happig om dat zomaar te aanvaarden. Zelfs de Democraten van Obama weigeren zijn heel-linkse agenda in het Congres te steunen, en gisteren verloren de Democraten zelfs twee zittende gouverneurs aan de Republikeinen. De rechtse conservatief Bob McDonnell verpletterde de zittende Democratische gouverneur van Virginia en Chris Christie wipte de Obama-verheerlijkende gouverneur Jon Corzine in New Jersey, nochtans een traditioneel links bastion. Barack Obama bracht de laatste dagen zelfs twee campagnebezoeken aan New Jersey om Corzine te steunen, maar het volk moet hem daar eigenlijk niet meer.

Hopelijk zien we binnenkort een zelfde sentiment in de EUSSR opduiken, maar ik vrees het ergste. Gelukkig lijkt er nu echt wel iets in het Verenigd Koninkrijk te bewegen, iets dat we het best kunnen samenvatten als "Very well, alone!" met een dikke knipoog naar de situatie van Groot-Brittannië na de evacuatie van Duinkerken in WO-II. Als de nieuwe Tory-regering haar relatie met de Europese Unie inderdaad "volledig" gaat heronderhandelen, zoals verschillende Tory-prominenten deze week in de pers menig maal aangekondigd hebben, en zij zelfs bepaalde cruciale bevoegdheden die ze al in 1992 ten tijde van het Verdrag van Maastricht aan Brussel afgegeven hebben zouden gaan terugclaimen, is er voor vrijdenkers en liberalen naast Zwitserland en de Europese mini-staten ook nog een ander valabel alternatief emigratieland voor handen. God save the Queen!

Read more...

Interview met Roland Vaubel: "Quo Vadis Europa?"

Gelukkig zijn er nog academici die vrij en vrank hun mening blijven geven. De Duitse economieprofessor Roland Vaubel is zo iemand. Hij is niet bepaald een Euro-romanticus. In de referenda over het Verdrag van Lissabon en de EU-Grondwet was hij een uitgesproken lid van het Nee-kamp. Als lid van de Eurokritische "European Constitutional Group" publiceert hij regelmatig bijdragen om zijn bezwaren tegen een Europese grondwet uit de doeken te doen. Vaubel schreef er ook het boek "Europa Chauvinismus - Der Hochmut der Institutionen" over. Het werd een scherpe aanklacht tegen de sluipende ambitie om van Europa een superstaat te maken. Voor Vaubel is het eenvoudig: hoe meer politieke integratie in Europa, hoe meer de voordelen van de interne markt onder druk komen. Politieke centralisatie bevordert de regeldrift. En te veel regelneverij vermindert de efficiëntie van de marktwerking. Volgens de uitgesproken liberaal moet concurrentie tussen de lidstaten zo groot mogelijk blijven. Want concurrentie en interne competitie houdt de belastingen en de lonen laag, wat een positieve invloed heeft op de economische output en tewerkstelling.

Om professor Vaubel en zijn schitterende ideeën extra in de verf te zetten, herneem ik hieronder een oud interview van hem door Ine Renson dat enkele jaren geleden in "De Tijd" verschenen is.

(...)

De argumentatie dat we onze gemeenschappelijke problemen beter samen kunnen aanpakken gaat volgens u niet op?

Vaubel: 'Samenwerking heeft enkel zin wanneer er schaalvoordelen zijn. Ik zie niet in hoe je die kan bereiken door bijvoorbeeld de vergrijzing samen aan te pakken. Je kan dat veel efficiënter regelen op het nationale en zelfs subnationale niveau. Of om het anders uit te drukken: het is niet omdat u en ik allebei tandpijn hebben, dat we daar samen een oplossing voor moeten zoeken. U gaat naar uw tandarts en ik naar de mijne. Niets is logischer dan dat.'

Toen u nog maar 25 was, was u stagiair bij de Europese Commissie. Toen was u zelf nog gegrepen door het Euro-romantische gedachtegoed. Vanwaar die ommeslag?

Vaubel: 'Ik veranderde definitief van gedacht toen het Verdrag van Maastricht plots daar was. Om te beginnen was er de invoering van de euro. Ik had niets tegen de monetaire unie. Maar ik was erg ongelukkig met de manier waarop die tot stand kwam. Verschillende landen voldeden niet aan de convergentiecriteria,. maar werden toch toegelaten. Italië bijvoorbeeld. En Griekenland. Italië heeft nog steeds problemen om zich aan de Maastricht normen te houden. Ze hadden veel selectiever moeten zijn met die eurozone. En erger nog, door dat verdrag werd de Unie overladen met bevoegdheden, onder meer over het sociale beleid. Plots konden allerlei regels over de werking van de arbeidsmarkt op Europees niveau worden doorgedrukt bij meerderheidsbeslissing. Vanaf dan is het de verkeerde kant op gegaan.'

U lijkt wel allergisch voor alles wat naar politieke integratie ruikt.

Vaubel: 'Vooral het streven naar sociale of fiscale harmonisatie, het zogenaamde politieke antwoord op de economische eenmaking, kan bij Vaubel op geen genade rekenen. Ik ben tegen overheidsinterventie op de arbeidsmarkt En zeker op Europees niveau. Dat is buitengewoon onproductief. De inkomensniveaus in de lidstaten liggen te ver uiteen. Je kan de verzuchtingen van de respectieve onderdanen nooit met elkaar verzoenen. De Duitsers willen minder werken en willen meer vrije tijd. De Slovaken of de Tsjechen echter willen meer werken en meer verdienen . En dan vaardigt de EU een richtlijn uit die de arbeidstijden in de hele Unie gelijkschakelt. Vanuit een economisch standpunt is dat gewoon absurd.'

De vakbonden pleiten nochtans voor Europese vakbondsstructuren en CAO's, om een vuist te maken tegen multinationals en de uitwassen van de globalisering.

Roland Vaubel: 'Slecht idee. De lonen in Europa zijn nu al te hoog. Dat verklaart voor een deel de hoge werkloosheid. Het is een vergissing het loonbeleid te centraliseren, want dat geeft meer macht aan de vakbonden. Ze weten dat als ze druk uitoefenen op het centrale overheidsorgaan, de lonen overal in de Unie zullen stijgen. Een eenheidsvakbond zou een te sterke lobby vormen. Het is beter dat de vakbonden met elkaar in concurrentie gaan, dan krijg je vanzelf een loonmatiging. Dan moeten ze zich ervoor hoeden geen looneisen te stellen die in de andere lidstaten niet gevolgd worden?'

Is het dan geen goede zaak dat de lonen overal in Europa op gelijke basis kunnen stijgen?

Vaubel: 'Lonen moeten overeenkomen met de productiviteit. En die is overal verschillend. Het is dus niet meer dan logisch dat de lonen in Europa gedifferentieerd zijn. Maar akkoord, mochten we een perfecte arbeidsmobiliteit hebben in Europa, dan zou je een tendens hebben naar gelijkschakeling van de productiviteit én van de lonen. Die mobiliteit is er nu niet Het zou ook geen slechte zaak zijn. Maar het is de markt die daarvoor moet zorgen, niet de overheid?'

In ons land gaan nogal wat stemmen op, ondermeer van de werkgeversfederatie, om werk te maken van een doorgedreven Europees industrieëel energiebeleid. Is het inderdaad niet verstandig om een gezamenlijke politiek te voeren tegen de monopolies op de energiemarkt?

Vaubel: 'Nee, ik ben voorstander van een verdere liberalisering van de energiemarkt, zodat we goedkopere energie kunnen invoeren van buiten Europa. Bovendien geloof ik erg in het Europese concurrentiebeleid. Dat impliceert regels tegen machtsmisbruik. We hebben een performant concurrentiebeleid. Ik zie niet in waarom meer politieke inmenging nodig zou zijn.'

Een gecentraliseerd industrieel beleid zou bijvoorbeeld kunnen samengaan met een stevig onderzoeksbeleid dat vernieuwing stimuleert. Vandaag gaat veel energie verloren omdat het onderzoek in Europa zo gefragmenteerd is.

Vaubel: 'Ook daar geloof ik dat competitie leidt tot betere prestaties. Het zou leuk zijn om in Europa een gerenommeerd onderzoeksinstituut te hebben zoals het MIT in de Verenigde Staten. Maar dat kan je niet artificieel creëren. Zoiets moet organisch groeien. Eloquentie krijg je door competitie tussen de instellingen. Ik ga daar erg ver in: de betere universiteiten zouden meer middelen moeten krijgen en dus betere studenten en professoren moeten kunnen aantrekken. Ze moeten hun eigen inschrijvingsbeleid kunnen volgen, waarbij ze het recht hebben studenten te weigeren op basis van hun niveau?'

U trekt uw redenering door op verschillende terreinen: telkens ziet u competitie als hefboom voor efficiëntie en betere prestaties.

Vaubel: 'Het dwingt bedrijven, politici of vakbondsmensen rekening te houden met de markt waarop ze ageren. Bij excessen in taxatie of regelgeving trekken creativiteit en kapitaal weg. In Duitsland bijvoorbeeld, zien we een netto kapitaalvlucht, omdat de belastingen te hoog zijn. Maar het punt is nu: die Duitse ondernemers trekken niet langer naar de andere Europese landen. Ze trekken naar Canada of naar de Verenigde Staten. De verstikkende regelgeving en belastingtarieven zijn stilaan overal in Europa aan de orde, omdat de competitie tussen de Europese landen te zwak is. En dat is net het verontrustende aan die sluipende overdracht van bevoegdheden naar het Europese niveau. We worden hoe langer hoe meer gegijzeld door de Europese bureaucratie en zijn niet aflatende regeldrift. En dat terwijl Brussel de legitimiteit ontbeert om zich zo ingrijpend met het leven van 350 miljoen Europeanen te bemoeien. De Commissie heeft bevoegdheden die geen enkele bureaucratie ter wereld heeft. Ze heeft het monopolie over het wetgevende initiatief. liet Europees Parlement is het enige parlement in de democratische wereld dat zelf geen voorstellen tot wetgeving kan doen. Dat is toch onbegrijpelijk? We weten allemaal, vervolgt Vaubel, dat ambtenaren meer dan politici geneigd zijn zich te verliezen in een hopeloze regelneverij. De Commissie heeft namelijk veel macht, maar weinig geld. De enige manier om die macht te exploiteren zonder geld te moeten uitgeven, is door regels uit te vaardigen. Dat is wat ik noem de hoogmoed van de Europese instellingen.'

Dragen de lobby's in Brussel bij tot die regeldrift?

Vaubel: 'Absoluut. Daar schuilt het grote gevaar: studies tonen aan dat ambtenaren veel gevoeliger zijn voor de druk van lobbyisten dan politici. Politici moeten herverkozen geraken en kunnen het zich dus minder permitteren toe te geven aan de belangen van zeer specifieke groepen. Bureaucraten hebben geen achterban en zijn dus veel vrijer om daarop in te gaan.'

Hoeveel procent van de Europese regelgeving is direct of indirect toe te schrijven aan de lobbygroepen?

Vaubel: 'Een Amerikaanse econoom heeft becijferd dat 74 procent van de pagina's in het Europese officiële publicatieblad gewijd is aan het tevredenstellen van lobbygroepen. In Brussel zitten zo'n 15.000 lobbyisten, van wie de meerderheid lobbyt voor de landbouwsector. Niet te verwonderen dus dat de helft van het Europese budget wordt gespendeerd aan landbouwbeleid. Die lobbygroepen ondergraven sterk het democratische karakter van de Unie.'

Heft de diversiteit aan lobby's dat democratische tekort in de praktijk niet op ? Een milieuambtenaar ziet 's morgens iemand van de chemische industrie, maar zit in de namiddag samen met vertegenwoordigers van de milieubeweging.

Vaubel: 'Meer lobbygroepen vormen helaas geen garantie voor een meer democratische besluitvorming. Wat je krijgt is dat ze coalities vormen en overeenkomen ten nadele van een derde partij. Zo kan het zijn dat de lobby van de vakbonden en die van de werkgevers een compromis vinden en samen druk uitoefenen voor maatregelen ten koste van de belastingbetaler. Ze zullen altijd hun eisen doordrukken op de rug van hen die niet goed georganiseerd zijn. In dit geval; de kiezer, de burger.'

Hoe kan Europa de kloof met zijn burgers dichten? Zal dat lukken met minder Europa ?

Vaubel: 'De mensen zijn verontrust. Ze zien alsmaar méér bevoegdheden naar Europa gaan, zonder dat ze daar iets te zeggen hebben. Die dynamiek moet absoluut stoppen. Het antwoord op de crisis tweevoudig: meer bevoegdheden voor het Europees Parlement en minder voor de Commissie. En vooral: decentralisatie. Wanneer je het beleid decentraliseert, breng je het dichterbij de mensen. We zijn op een punt gekomen waarop de drang naar steeds meer eenheid de zaak verlamt. Ik geloof, net als David Hume of Immanuel Kant voor mij, dat competitie tussen, kleine eenheden het geheim is geweest van het succes in Europa de voorbije 500 jaar. Dat in tegenstelling tot China of India of het Ottomaanse Rijk, waar centralisatie en een gebrek aan vrijheid gepaard gingen met een zwakke economische ontwikkeling.'

Hebben net de kleine landen niet erg gewonnen bij de Europese integratie?

Vaubel: 'Dat klopt. Maar zij winnen bij meer marktintegratie, niet bij politieke integratie. De grote succesverhalen zijn Nederland, België, Luxemburg, Denemarken en Ierland. Door de liberalisering konden zij grote landen forse concurrentie aandoen. Daardoor daalden ook de prijzen, wat de consument ten goede kwam. En waardoor Europa kon concurreren op de wereldmarkt Nu zien we een omgekeerde spiraal; de toenemende invloed van Brussel beperkt de mogelijkheden tot onderlinge concurrentie. De landen met een hoge graad aan van regelgeving slagen erin hun regels met betrekking tot arbeidstijden, lonen, belastingen aan de andere op te leggen. Denken we maar aan Spanje, Frankrijk of Italië. Dat heet de strategy of raising rivals'. Je dwingt de andere jouw hoge standaarden over te nemen, waardoor je hen op hogere kosten jaagt.'

Anderzijds zien we in België toch hoe verlammend verschillende bestuursniveaus kunnen werken. Er is geen duidelijk aanspreekpunt voor buitenlandse investeerders, om maar iets te zeggen.

Vaubel: 'Wat de informatiekosten betreft, is dat inderdaad een nadeel. Maar dat weegt niet op. Laat mij een analogie trekken. Je zou ook kunnen argumenteren dat het monopolie het economische systeem is dat de informatiekosten minimaliseert. Maar is monopolievorming goed voor de consument? Nee. In de politiek is dat hetzelfde. Hoe meer centralisatie, hoe slechter voor de burger.'

U hebt nogal wat kritiek op de gang van zaken in Europa. Hebt u er een probleem mee wanneer men u een euroscepticus noemt?

Vaubel: 'Ik ben niet sceptisch tegenover Europa. Kritisch, dat wel. In feite ben ik een optimist. Een kritische optimist Omdat het duidelijk is dat de dingen zo niet verder kunnen. De ontgoocheling is te groot. De mensen zijn hun respect voor Europa verloren. De politieke klasse zal het signaal van de burger wel moeten in acht nemen, dat kan niet anders. Het zou pas een echte ramp zijn mocht die hele grondwet binnen een jaar of twee doorgedrukt worden alsof er niets aan de hand is?'

Denkt U dat de Unie door de uitbreiding niet vanzelf uit elkaar zal spatten?

Vaubel: 'Ik ben een voorstander van de uitbreiding. Ik vind dat Turkije en Ukraïne lid moeten worden. Hoe heterogener de Unie wordt, hoe moeilijker om te centraliseren. Bovendien vergroot dan de markt Dat kan alleen maar positief zijn?'

U ziet de uitbreiding dus als de beste verdediging tegen de door u gewraakte politieke integratie?

Vaubel: 'Inderdaad. Hoe moeilijker werkbaar die politieke unie, hoe beter. De klacht dat de Unie onbestuurbaar wordt door de uitbreiding, kan voor een econoom alleen maar een fantastische kans zijn?'

(...)

(Met dank aan Paul Vreymans om
mij dit interview door te sturen.)


Read more...